In de eerste sprint van het semester ontstond er regelmatig een conflict tussen mij en een groepsgenoot. Zijn werkwijze botste met die van mij: hij rondde taken pas op het laatste moment af, terwijl ik dingen liever eerder in handen wil hebben.
Dit leidde uiteindelijk tot veel misverstanden, en er waren zeker een paar keer discussies over hoe we hierover dachten. Soms liep dit zelfs uit op echte ruzietjes, al waren die meestal kort.
De groepsgenoot had deze werkwijze omdat hij van Software Development komt, waar de manier van werken erg anders is. Daardoor dacht hij dat zijn aanpak efficiënt was, terwijl dat binnen ID vaak niet het geval bleek, met alle gevolgen van dien.
Het kostte wat tijd om de ID-manier van werken op te pakken, maar uiteindelijk hebben we het probleem uitgesproken en opgelost.
We hebben het conflict van Sovereign uitgespeeld. Dit groepje had een opdrachtgever die tunnelvisie had op het eindproduct en niet volgens de ID-methodiek wilde werken.
Ik speelde een groepsgenoot, en mijn doel was om de persoon die de opdrachtgever speelde te overtuigen dat we eerst volgens de ID-methodiek aan de slag moesten. Dit was niet simpel, want het is erg makkelijk om een arrogante, getunnelvisioneerde opdrachtgever te spelen voor de tegenpartij.
Toen de opdrachtgever werd gespeeld door de persoon die het conflict zelf had meegemaakt, werd heel duidelijk waar het probleem zat. Deze persoon was vastberaden om alles op zijn manier te doen, nog sterker dan toen de opdrachtgever door iemand anders gespeeld werd. Welke reden we ook gaven om eerst een onderzoek – hoe klein ook – te doorlopen, het werd meteen weggewuifd door iemand die zijn eigen idee wilde doordrukken en de studenten eigenlijk als goedkope MBO-arbeiders zag. Ik begrijp nu veel beter waarom er in deze groep zoveel gedoe was.
Bij mij komt de samenwerkingsstijl naar voren, en ja, dat past wel.
In mijn visie is een conflict altijd een strijd tussen twee belangen. Je kunt natuurlijk de een of de ander voortrekken, maar het mooiste is om beide wensen te vervullen in plaats van een compromis te sluiten. En meestal kan dat ook!
Dat zie ik ook terug in het conflict uit opdracht 1. Als oplossing hebben we een tussen-inlevermoment ingesteld, een week voor de deadline. Dit zorgt ervoor dat we tussentijdse voortgang kunnen beoordelen en uitloop kunnen beperken, zonder tijd weg te nemen om het project af te maken. Daarnaast is het een goed moment om aan te geven dat er misschien een tandje bij moet, wat binnen onze soms wat rommelige groep erg gewenst is.
In mijn mening ben ik wel de conflicteigenaar binnen mijn groep. Ik stap op conflicten af, zelfs wanneer het een conflict is waar ik zelf geen onderdeel van ben. Een conflict binnen de groep is voor mij altijd iets ongewensts dat uiteindelijk opgelost moet worden. Conflicten zorgen voor verminderde efficiëntie en een afnemende bereidheid om samen te werken, en dat vindt niemand fijn.
Het conflict is naar mijn mening binnen de winnaarsdriehoek gevallen op het moment dat het werd opgelost. Binnen één dag hebben we met elkaar gesproken, uitgelegd hoe en wat, een oplossing bedacht en dit met een lach afgerond. En dat vind ik een belangrijk punt: conflicten zijn noodzakelijk. Je gaat het nooit met iedereen altijd eens zijn, en dat hoeft ook niet. Het belangrijkste is dat je het uiteindelijk samen uitpraat en op een gezonde manier oplost, want een rottend conflict is altijd ongewenst. Maar ja, dat geldt voor alles wat aan het rotten is.
Maar als het conflict volledig vermeden had moeten worden – wat ik zelf ongewenst vind – dan had ik het beter vanuit een assertievere hoek kunnen benaderen. Ik wilde dat hij eerder klaar was, en als ik dit op een goede manier had aangegeven zonder te oordelen over zijn situatie, was het misschien zonder conflict opgelost. Maar dan waren Peter en ik waarschijnlijk minder goede vrienden geweest, en was de structuur binnen de groep minder sterk geweest. Natuurlijk maakte het conflict de situatie tijdelijk ongemakkelijker, maar op de lange termijn zijn we erdoor gegroeid.